EERSTE LEZING: Jesaja 43,1-12
TWEEDE LEZING: 1 Petrus 1,17-23
EVANGELIE: Johannes 21,1-14
Twee leerlingen van Jezus lopen een hele dag samen op met een onbekende man en pas tijdens de maaltijd, in het simpele gebaar van het breken van het brood, herkennen ze in hem ineens Jezus, de opgestane Heer. Vandaag horen we een van de andere verschijningsverhalen. Op het strand, bij een houtvuurtje, herkennen de leerlingen Jezus, levend en nabij. Ook in ons verhaal licht in het heel gewone iets bijzonders op. Na de prachtige jaren die ze met Jezus samen hebben doorgebracht en na de enerverende, treurige gebeurtenissen rond zijn dood, zijn ze weer thuis: Petrus en de andere leerlingen, terug in Galilea. En het leven gaat door, heel gewoon.
Ook al gebeuren de meest vreselijke dingen, het wordt toch tijd om een hapje te eten, tijd om naar bed te gaan en weer op te staan, om je aan te kleden en aan het werk te gaan. Zo gaat dat, en dat is niet alleen na iets treurigs trouwens. Ook na een feest moet gewoon de afwas weer gedaan worden. Het gewone leven en het trouw ter hand nemen van alles dat moet gebeuren, dat kan op zulke momenten echt een zegen zijn. Daarom is het mooi dat Petrus zegt: Ik ga vissen. De anderen gaan met hem mee. Even kun je het idee hebben dat er niets gebeurd is. Het is alsof de tijd heeft stil gestaan want het is precies zoals voor hun eerste ontmoeting met Jezus, daar aan het meer. Ze pakken de draad van hun leven weer op.
Het is niet Petrus die de vreemdeling herkent, maar een andere leerling, die helemaal niet bij naam genoemd wordt. Van hem wordt alleen gezegd dat Jezus van hem hield. Ik denk dat Jezus van al zijn leerlingen hield, maar kennelijk was deze leerling iemand die dat ook echt kon ontvangen. Hij kon zich helemaal laten liefhebben. Hij kon de liefde van Jezus toelaten en dan word je zelf ook liefde. En ik stel me voor dat terwijl Petrus en die anderen druk aan het werk zijn, deze leerling een beetje dromerig voor zich uit zit te kijken. Hij kijkt met de ogen van zijn hart en ziet dat er iets bijzonders aan de hand is. Je zou kunnen zeggen dat deze leerling staat voor een andere kant in ons, die we ook allemaal wel hebben. De kant van lang en liefdevol kijken naar wat er is. De diepte peilen, je verwonderen, de kostbaarheid, de liefde van God ontdekken. Ook dat hebben we allemaal, maar in de drukte van het doen komt die kant van ons wel eens in het gedrang.
Vandaag horen we dat geven en ontvangen in elkaar overgaan. Je ontvangt een paar visjes en je legt er een paar visjes bij. Dat is de eenvoud van het delen. En zulke momenten kun je God heel dichtbij voelen. Iets van Gods liefde breekt door in je leven. De leerlingen durven niet te vragen aan de vreemdeling: Bent u het, Jezus? Maar ze weten het. Ook dat is eigenlijk zo herkenbaar. Als je zo’n kostbaar moment van ontroering, van diepte, van liefde ervaart, dan weet je het met al je vezels.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
