We lezen uit MattheĆ¼s 1, 18-25.

matteus

In de tijd dat Jezus wordt geboren is het al honderden jaren stil op de lijn tussen God en de mensen. God heeft sinds de schepping op allerlei manieren geprobeerd met ons mensen op te trekken. Adam, Noah, Abram, Mozes, Elia, David. In iedere generatie begon God opnieuw. Maar intussen lijkt de rek er wel uit bij God. En na de lange stilte op de lijn is daar ineens weer bereik, contact, een signaal. Dat begint bij God die na alle pogingen nu zelf komt in menselijke vorm. En ergens zou het niet zo gek zijn als God dan zegt: Hier ben ik. En weet je, noem mij maar: God zonder ons. Van jullie moet ik het niet hebben. Dat is wel duidelijk. Nou, dan doe ik het zelf wel, zonder jullie. God zonder ons. Misschien is dat wel een naam, een gedachte die zich ergens diep in jou heeft vastgezet. Dat het leven zo voelt voor jou. God zonder mij. En ik dus zonder God.

Maar hier is de verrassing: als God zelf onder ons komt in de gestalte van een kind draagt hij als titel: Immanuel, God met ons. Letterlijk: Met ons, God! Met ons, dat is waar God altijd naar zoekt. Sinds Hij Adam en Eva kwijt is geraakt roept God: Adam, mens, waar ben je? En altijd weer is God er op uit om de kloof te dichten, de brug te bouwen. Om met ons te zijn.

Immanuel, God met ons. Onthoud die naam. Het is het wachtwoord dat je toegang geeft tot vrede met God. Fluister het in het oor van je net geboren kind of kleinkind. Laat dit het eerste zijn dat kind hoort: Immanuel, lieverd, God met ons. Laat deze woorden de balsem zijn in je diepste en meest pijnlijke wonden: Immanuel. Roep deze woorden uit, in de storm, in de strijd tegen de klippen op: Immanuel! God met ons. Proclameer deze naam als een woord van gezag dat de boze verdrijft, de banden verbreekt: Immanuel. Als het moment komt dat je sterven gaat: laat dit dan je laatste woord, je enige houvast zijn: Immanuel, God met ons.

Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger